Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

duizenden, millioenen jaren, tijdruimten, waarin de sterrenbeelden verschoven worden, waarin de verplaatsing der zon in de wereldruimte, de eigen beweging der vaste sterren, de onmerkbare, zich over verbazende tijdperken uitstrekkende, veranderingen in de baan en den stand der aarde aan den hemel zichtbaar worden, als groote grenspalen in de onmetelijke geschiedenis van het heelal, en toch : in deze onafzienbare tijdreeks om de twee of drie jaren die twee uren, waarin het lot van een geslacht, als een kaatsbal weggeslingerd, van de eene generatie naar de volgende vliegt. Twee uren, waarin het individu, bijna in het oogenblik van zijn dood, nog in de wereldgeschiedenis wordt opgenomen en een schakel wordt in de keten, die uit den oertijd der schepping, tusschen voorwereldlijke sprookjes-wouden, tusschen vreemdsoortige monsters en sinds lang uitgedoofde of verdwenen sterren, steeds verder en verder opklimt tot op den huidigen dag.

De ééndagsvlieg denkt niet. Zij ontwaakt, zwijmelt in de zaligheid der liefde en sterft.

Maar gij, de éénzame, nakomende, oneindig hoog verheven epigoon 13) van deze geheele lagere dierenwereld, staat aan den oever en staart de kleine, bleeke lijkjes der liefde na en gij peinst, — peinst over het geheim, dat in dezen liefdesdans en doodendans verborgen ligt

Wat is de liefde ?

Bölsche, Liefde i. d. Natuur, I, 2e druk.

2

Sluiten