Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enge ruimte van het samendringen doet plotseling den ganschen ingetoomden wellust der liefde ontketenen, — in een vorm, die, evenals deze geheele storm der massa's, iets bijna beestachtigs, in elk geval iets reusachtigs heeft. In den zouten vloed worden dichte wolken van het mannelijk zaadvocht uitgegoten, wolken van zulk een geweldigen omvang, dat de oceaan tot op verre afstanden er troebel door wordt, dat het geheele zilveren eiland van wellustig bewogen visschen erin baadt, erin zwemt.

Dezelfde schok van gevoelsontketening in den hoogsten graad doortrilt echter tegelijkertijd ook de wijfjes, — en in de witte zaadwolken worden miilioenen en nogmaals millioenen van plotseling gelegde eieren gedreven. Op deze eieren werkt het vrije zaad als eene gouden levensbron : terwijl zij er door ingehuld, omringd en letterlijk in opgedronken worden, dringt in elke eicel een uiterst klein zaadcelletje door, vereenigt zich daarmede en voltooit in haar de eigenlijk scheppende kracht, die een nieuw wezen uit haar zal doen ontspruiten. Een onvergelijkelijk schouwspel.

De voortplanting, uitgebreid tot eene gezamenlijke handeling, onder wier trillingen en wilde uitstortingen de oceaan opzwelt en in gisting geraakt. Elk individu rondzwemmend in de gemeenschappelijke levenskracht van millioenen en in die algemeene bron gevend en nemend.

Zoo stelde zich het eenvoudige menschenverstand éénmaal de schepping voor: dat de kracht van een God in een uur van de hoogste wijding het oneindige zaad van al het levende uitstortte in de doode woestenij van den oceaan. Uit de hoogten der wolken wierp Brahma het gouden ei, dat, in God bevrucht, den rijkgekleurden sluier des levens baarde. . . .

Maar zelfs de phantasie eens dichters kon niet het wonderlijke, het geduchte en ontzaglijke schouwspel vermoeden, dat de natuur gelegd heeft in de werkelijkheid van deze orgie 17) der visschen.

Verhevene, grappige en gruwzame tooneelen vloeien daar-

Sluiten