Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo is ook dit wilde, dit zonderlinge beeld op de innigste wijze met u verbonden.

Opnieuw staat gij, als een droomer, in dit late uur op de granietrots en gij peinst en peinst. Uit dit warnet van ruw opeendringende visschen dezelfde duistere vraag : Waarom?

Wat is liefde ?

Gelijk de stem van Johova eens tot Job kwam : „Gord „nu, als een man, uwe lendenen, zoo zal ik u vragen, en „onderricht mij !", zoo roept gij in deze spookachtige openbaring de liefde toe.

Antwoord ! De zee, de overoude, grijze zee, waarin werelden verzonken zijn, murmelt en bruist en slingert hare millioenen dol verliefde visschen weder naar beneden. En zwijgt.

Hooger!

Gij moet nog veel hooger. Om te vermoeden, wat dat alles wil zeggen. Waarheen het wilde gaan en waar het gekomen is. Gord uwe lendenen, ik zal uw geleider zijn.

Sluiten