Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is opgegroeid uit zich zelf, boven zich zelf. In de hoogste beteekenis, zooals deze Madonna die zinnebeeldig geheel tracht te omvatten, staat het begrip vóór ons in eene grootheid, tegenover welke de liefde van het dier ongeveer in dezelfde verhouding staat, als het primitieve nachtleger, dat de orang-oetan in de dichte wouden van Borneo uit takken vlecht, tot het Pantheon van Phidias 26) of tot den koepel der Sint Pieterskerk van Michel Angelo 27), in welke bouwwerken van stralend licht niet slechts de lichamen van vergankelijke stoffelijke wezens rusten, doch ook de denkbeelden van duizenden jaren, vrijgemaakt tot eene soort van hooger leven.

In de Prometheus-smederij der menschheid 28), waar het verkregen duistere erts door het geestesvuur tot een nieuw bestaan werd omgesmolten, werd de blinde lust der eenvoudige geslachtsliefde gelouterd tot eene alles omvattende kracht, tot een verlangen van hoogeren, van nieuwen, geestelijk verheven aard.

De drang, die de geslachten tot elkander dreef, die het individu liet opgaan in de soort: die drang groeide, onder oneindige wisseling, op tot eene aanéénsluiting van allen op den grondslag van ideale liefde en tot de kracht tot zulk eene vereeniging.

De oneindige zaligheid van de vereeniging der geslachten vloeide samen met het verlangen naar eene harmonie van de geheele wereld, naar eene tot het licht opwaartsvoerende wereldorde, hoog verheven boven de menschen en hunne liefde.

En naast de voortplanting, die steeds nieuw leven schiep in de oude beteekenis, ontstond, gestaald door het streven naar harmonie, de kracht van eene eigene, nieuwe schepping in geestelijken zin, eene schepping van harmonische vormingen van bijzonderen aard : in steen en kleur, in dichterlijke taal en gelouterden klank, vormde de mensch zich, te midden van de oude natuur, eene nieuwe, geestelijk verhevene, eigene natuur.

De liefde werd menschenliefde.

Bölsche, Liefde i. d. Natuur, I, 2e druk. 3

Sluiten