Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook de kunst is gelegen op den weg van het bloed naar den geest. Ook zij daalde niet als een vreemde meteoorsteen neder. Dezelfde mensch van vleesch en been, die vleeschelijke menschenkinderen voortbracht, heeft ook haar geschapen, volgens de stalen vormingswetten der natuur. De mensch, die van het dier kwam. Reeds van dit dier erfde hij de kiemen der kunst. Maar het dier had die kiemen gezaaid in de uren — zijner liefde.

Hoort gij de rhytmische klanken van het lied van den nachtegaal ? ziet gij den vlinder zich wiegen in zijne wonderschoone kleurenpracht ....

Welk een weg, — van daar naar boven ! En toch was het de weg.

Uit den diepen, duisteren wereldhoorn des overvloeds stroomde het naar ons toe, door eeuwigheden, — licht, kleuren, tonen, rhytmische verhoudingen van allerlei aard.

Daar verschijnen op de, door de zon gekoesterde, aarde levende wezens. Zij krijgen de indrukken van licht, van geluid. Eerst dof en flauw. Dan verschaft de strijd om het bestaan, de ontwikkeling, hun zintuigen van vasten aard: oog en oor. Het oorspronkelijk doel van deze is: verdediging in dien strijd. Schuw staart het dier om zich heen in de dreigende wereld, luisterend naar het gevaar. Alles in de omgeving valt er op aan. Of het houdt zich zelf staande. Het valt zelf aan. Dan wordt alles, wat met wilde begeerte gejaagd en verscheurd kan worden, tot zijne prooi. Maar opeens verschijnt in het leven van het individu een uur van gansch andere beteekenis. De liefde. Het dier zoekt een ander van zijns gelijken. Zoekt het niet als vijand, doch met het verlangen der liefde. Met de oogen der liefde. Het oog der liefde, — was het eerste oog van het ideaal. En de kracht der liefde: zij bracht voor het eerst de „schoonheid", in de actieve beteekenis, aan het lichaam der minnenden zelf voort. Zij beschilderde den vlinder, gaf aan den vogel zijn bruiloftskleed. Zij componeerde het lied voor den nachtegaal. De liefde was de holle spiegel, die, in de eerste plaats uitwendig, alle har-

Sluiten