Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

monie, alle evenmaat, alle in den blinde ontworpen schoonheid der levende natuur, in een brandpunt concentreerde.

Toen ontwikkelde zich daarbij echter ook meer en meer de geest. Aan het vorschende oog daarbuiten voegde zich inwendig het scheppend oog : de phantasie. De geest des menschen verscheen. De mensch schiep zich zelf geen bonte vleugels, geen bruiloftskleed meer. Hij zag dat alles uiterlijk : als licht en harmonie, verlangen en ideaal — in de verbeelding. Evenmin als hij, ter verdediging, aan zijn eigen lichaam nog leeuwenklauwen of gordeldierpantsers liet groeien, doch in den geest peinsde en in de phantasie het werktuig zag. Zooals echter zijne hand, zacht en vormbaar gebleven en nog slechts geheel en al de leerling der hersenen, deze werktuigen inderdaad vormde uit steen, hoorn en metaal, ze tot werkelijkheid deed overgaan met zelfstandig scheppende kracht en hij daardoor de technische kunsten grondvestte, als kern van alle toekomstige beheersching der natuur, — zoo vormde hij met diezelfde hand de dingen, welke de phantasie als rhytmische beelden, als beelden der schoonheid en van het verlangen had gezien, — hij schiep de bewuste kunst in de hoogste beteekenis der voortbrenging, als kern van alle toekomstige uitbreiding der natuur.

Duizenden jaren liggen op dezen weg: Rafaël, de Madonna. En zoo verder en verder. Er ontluikt een nieuw rijk der natuur: geen ster, geen anorganische natuur, geen plant of dier, niet de mensch zelf in de organische beteekenis — maar de klanken, vormen, de verschijnselen der kunst. Eene warme wereld, van den adem der liefde doortinteld, met alle huiveringen der wilde voortplanting. En toch tegelijk verhelderd, aan de troebele aarde ontrukt tot in een reinen, blauwen geestelijken aether ....

Sluiten