Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

offeranden, elk van honderd offerdieren, bij de Grieken. — 22. De zon.

— 23. Eene, door de Indiërs en Egyptenaren hoog vereerde, waterbloem, verwant aan onze waterleliën. (N y m p h a e a Lotus). — 24. De mannelijke meeldraden, die het bevruchtende stuifmeel afscheiden en de vrouwelijke stampers, die dit op het bovenste gedeelte, den stempel, opvangen en die de eitjes bevatten, welke door dat stuifmeel bevrucht worden en in kiembare zaden overgaan. — 25. O rnithorhynchus paradóxus. — 26. Parthenon, (in den tekst staat ten onrechte: Pantheon) beroemde tempel in Athene, waarin het groote beeld van Athene Parthenos en andere werken van Phidias. — 27. De koepel der St. Pieterskerk te Rome, naar het ontwerp van Michel Angelo. — 28. P r o m e t h e u s, de titanenzoon, bracht, volgens de Grieksche mythologie, aan de menschheid het v u u r, dat hij van den Olympus ontvoerd had en dat ook geldt als zinnebeeld der menschelijke nijverheid. — 29. De zeekwallen of k w a 1 p o 1 i e p e n, die 's nachts met een fraai licht phosphoresceeren.

— 30. Naam van den „wandelenden jood." — 31. Stad in Phrygië met den tempel van Kybéle, de moeder der goden. — 32. Bij de Phoeniciërs oorspronkelijk de kuische godin van den oorlog; later werd haar dienst versmolten met die van Aschera, de godin der vruchtbaarheid. — 33. De Eleusische mysteriën, oorspronkelijk oogsten offerfeesten, later eene zinnebeeldige voorstelling van de zaligheid der uitverkorenen na den dood.

Bölsche, Liefde i. d. Natuur, I, 2e druk.

4

Sluiten