Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofdmassa en waarin slechts op ééne plaats nog weer een donker lichaam zweeft, dat weer in zijne wateren schijnt te drijven, zooals hijzelf in de grootere zee van den kolossalen gelen bol. Uit dit binnenste lichaam gaat een uiterst fijne vertakking van netvormig verbonden draden uit, die in den geheelen binnensten bol eene soort van skelet vormen.

Wellicht is ons licht nog steeds niet scherp genoeg: maar in elk geval laat zich, ook bij het nauwlettendst onderzoek, behalve deze tamelijk grove, voor de zinnen waarneembare dingen, niets meer aan onzen geheimzinnigen bol ontdekken. Maar uwe belangstelling neemt toe, als gij ziet, dat er veranderingen in plaats hebben. De zachtheid der inwéndige massa maakt deze mogelijk. Maar wat gij ontdekt, is toch nog in zeer bijzondere mate merkwaardig en wijst op hoogst geheimzinnige krachten, die blijkbaar in dit gistende product der onderwereld werkzaam zijn.

Onafhankelijk van het langzame voorwaarts rollen van den hoofdbol, verlaat de kleine binnenste bol met zijne kern opeens, uit eigen beweging, zijne plaats, die tot nogtoe zich ongeveer in het middelpunt van het geheele lichaam bevond. Hij begint zich te bewegen naar de buitenzijde van den hoofdbol, die hem insluit. Tegelijkertijd wordt hij minder duidelijk, eene poos zelfs zoo onduidelijk, dat het bijna schijnt, alsof hij geheel in de geelachtige hoofdmassa opgenomen, — geledigd en door deze opgezogen is. Maar voor den opmerkzamen toeschouwer blijft toch nog eene laatste, schemerachtige rest over en na eenigen tijd wordt ook de omtrek weer scherper.

De kleine bol, of althans, hetgeen van zijne oorspronkelijke bestanddeelen nog over is, heeft intusschen den rand bereikt, waar zich de grens bevindt tusschen den grooten, gelen bol en het glasachtige omhulsel. Terwijl hij daar nu weer duidelijker te zien is, schijnt hij zich geheel en al te willen veranderen. In plaats van het ronde voorwerp, met netwerk en kern, wordt het een staaf- of spoelvormig lichaam met twee kanten, waarvan stervormige stralen uitgaan. Het eene uiteinde ligt tegen den rand van den grooten bol:

Sluiten