Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier naderen den bol vreemdsoortige gasten van eigenaardigen vorm.

Vergeleken met den bol zijn zij dwergen. Maar wat zij in grootte te kort komen, vergoeden zij ruimschoots door hun aanzienlijk getal en de levendigheid hunner bewegingen. Op het eerste gezicht zou men ze voor een naderenden zwerm van spookachtige kikvorschlarven (zoogenaamde „dikkoppen") kunnen houden. Een dikke kop loopt naar achteren bijna onmiddellijk in een vrij langen staart uit. Doch bij nadere beschouwing blijkt de vermeende kop niets anders te zijn dan eene eenvoudige schijf, van ter zijde gezien peervormig, en aan de beide vlakke zijden napvormig uitgehold. Van een inwendigen bouw, noch van eenige organen, is daarin iets te bespeuren. Aan deze schijf, die blijkbaar het voornaamste deel is van het kleine monster, sluit zich de schijnbare staart aan als een draad, die eerst nog dikker is, doch verder steeds puntiger eindigt.

Allen naderen het gewelf voorloopig slechts van uit eene bepaalde richting, doch overigens zonder regelmaat.

Hunne beweging daarbij is huppelend, met de schijf naar voren, het staartje trillend achterna. Nu geraken zij echter plotseling in de nabijheid van den grooten bol. En opeens schijnen zij nu een gemeenschappelijk doel te hebben. Het is, alsof hun van den bol een ademtocht, een geur te gemoet golft, die hen plotseling daarheen doet zwermen, zooals de vlinders op een zoelen zomeravond zich op eene wellustig geurende kamperfoeliebloesem storten.

Zij krioelen om den bol heen. En thans eerst wordt, door de tegenstelling in de onmiddellijke nabijheid, volkomen duidelijk, hoe klein zij, in vergelijking van dezen, zijn. De genoemde nauwe kanaaltjes in het veerkrachtige glazen dak van den bol, die wij reeds in het begin opgemerkt hebben, laten ruimte genoeg aan de gestaarte indringers toe om in het inwendige van den bol door te dringen. En dat is blijkbaar ook hunne bedoeling. Verscheidene tegelijk ziet men reeds spoedig in de kanalen overlangs uitgestrekt en zij

Sluiten