Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het oorspronkelijke kopje van de „kikvorschlarve" is, van het oogenblik af, dat het zich zelf als eene kleine zon in een stralenkrans geplaatst heeft, tegelijkertijd een weinig veranderd: het schijnt nu zelf een blaasje te zijn, geheel overeenkomende met den ouden kernbol daarginds — behalve dat het heel wat kleiner is. En dit nieuwe blaasje beweegt zich nu plotseling naar de oude blaas in het middelpunt toe, — in veel sneller tempo, dan deze zelf zooeven begonnen was.

Zeer spoedig heeft het zijne wederpartij bereikt. De oorspronkelijke bol in de kern gedraagt zich letterlijk, alsof hij den gast wil omarmen. Hij zendt vingervormige verlengselen uit, die zich om den vreemden bol heenslaan — hij drukt den vriend aan zijn hart, krijgt op de plaats van aanraking eene indeuking .... en plotseling is het dubbele beeld van twee bollen verdwenen, zij zijn ineengevloeid, — z ij z ij n één geworden. De stralenkrans, dien de indringer medegebracht heeft, staat als eene volle corona om den nieuw gevormden gemeen schappelijken centraalbol, — en de groote gele bol heeft dus nu weer, zooals vroeger, slechts een enkelen, juist in het middelpunt zwevenden, inwendigen bol, eene enkele „kern".

Gij begrijpt, wat er gebeurd is. Ter verklaring van de bijzonderheden zijn slechts weinige woorden noodig. Na de bevruchting had het proces, waarvan gij ditmaal getuige waart, plaats in het inwendige der vrouwelijke baarmoeder, in welk orgaan later ook het kind tot ontwikkeling komt en tot zijne rijpheid vertoeft. Het eitje, dat uit den eierstok naar dat orgaan werd gevoerd, is aldaar in aanraking ge-

Sluiten