Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen met de genoemde beweeglijke lichaampjes, die zooveel op „kikvorschlarven" geleken en die in grooten getale voorkomen in de bevruchtende stof van het mannelijk individu, dat met het vrouwelijke in betrekking getreden is. Zij zijn microscopisch klein, hoewel zij een krachtig leven vertoonen en men noemt ze „zaadlichaampjes, zaadcellen" of „spermatozoïden", hetgeen zooveel beteekent als „zaaddiertjes", wegens de schijnbaar willekeurige bewegingen, die echter alleen het gevolg zijn van de samentrekkingen van den draadvormigen „staart" en waardoor zij zich een weg banen naar het eitje, dat in de baarmoeder op de bevruchting wacht. Één dier celletjes dringt door in den dooier van het ei en terwijl, zooals boven beschreven werd, het kiemblaasje van het ei samensmelt met den kop van het zaadlichaampje .... is de bevruchting in de eigenlijke beteekenis afgeloopen.

„Hoe dit alles geschiedt, hebt gij thans in bijzonderheden vernomen. De aard van de eigenaardige krachten en „sympathieën", welke bij al deze metamorphosen werkzaam zijn, is echter ook voor de moderne wetenschap nog een onopgelost raadsel.

Tusschen haakjes nog slechts het volgende: gij hebt in uwe verbeelding iets gezien, wat, als werkelijk proces in het vrouwelijke lichaam, tot nogtoe ook zelfs de vindingrijkste natuuronderzoeker nog nooit onmiddellijk heeft kunnen waarnemen. Men kent het ei van den mensch, kent de spermatozoïden, kent de algemeene voorwaarden van het proces — en men kent, wat van groot belang is, de latere ontwikkeling van het in wording verkeerende menschje uit het bevruchte ei. Niemand heeft echter ooit in het lichaam zelf die ontwikkeling kunnen volgen, ten einde de genoemde allerfijnste bijzonderheden te controleeren. Ééne zaak is intusschen met even groote zekerheid bekend. Ten opzichte van het eigenlijke bevruchtingsproces — van de beschreven afscheiding der geheimzinnige richtingslichaampjes af tot de samensmelting van de eikern met den kop van het zaad-

Sluiten