Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zins nauwkeuriger uit door een woord, dat wij nog meermalen in onze beschouwingen zullen ontmoeten. Zij zegt: het ei, zoowel als het zaadlichaampje, stellen eik eene levende, van het ouderlijke organisme afgescheiden „cel" voor.

Daarbij is het nu noodig, dat gij u eene juiste voorstelling maakt van een vrij eenvoudig, maar in onze conventioneele algemeene ontwikkeling nog niet overgegaan, natuurwetenschappelijk begrip.

Stel u dan eens een groot huis voor, met een onnoemelijk aantal kamers. De kamers hebben eene zeer verschillende hoogte en grootte en zijn geheel verschillend gemeubeld. De ééne dient voor dit —, de andere voor dat doel: er is eene slaapkamer, eetkamer, keuken enz. De kamers zijn dus onderling zoo ongelijk mogelijk, hoewel zij, te zamen genomen, reeds voor de menigvuldige behoeften van een enkel groot huishouden kunnen dienen. Nu onderzoekt gij echter de muren achter de meubels en behangsels en wat vindt gij daar? Overal ontmoet gij in deze muren volkomen dezelfde bouwbestanddeelen, namelijk: metselsteenen.

Die muur nu kan hoog zijn of laag, het kan de muur van een salon of van een gang, of zelfs van een keuken zijn : steeds bestaat hij toch uit onderling volkomen gelijksoortige metselsteenen, die stuk voor stuk vast aanééngemetseld boven elkaar liggen en in den waren zin des woords als grondstof dienen voor het gansche huis.

Bekijk nu eens een dier, laat ons zeggen: een hond. Ook hij is in zijne soort een groot huis van ingewikkelden bouw. Als gij in zijn lichaam kijkt, ziet gij kamers en gangen van allerlei aard. Hier het hart, daar de beide longen, de maag, — in één woord : de organen. En die zien er onderling inderdaad ook verschillend genoeg uit. En hunne bestemming is dan ook zeer verschillend : in het hart wordt het bloed in- en uitgepompt, in de longen wordt het gezuiverd, in de maag en de darmen worden de spijzen verwerkt en zoo voorts.

En toch : onderzoek ook hier eens den wand, den muur van zulk een orgaan. Snijd eens een stuk van den darm

BüLSCHE, Liefde i. d. Natuur, I, 2e druk. 5

Sluiten