Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van eene school, waar, na het sluiten van den cursus, de onderwijzer straffen uitdeelt en de leerling straf krijgt voor hetgeen hem niet behoorlijk aan het verstand gebracht is.

Philosophische stelsels komen en gaan, en elke nieuwe philosoof is een Simson, die de zuilen omverhaalt, waarop zijn huis steunt. Kerkelijke dogma's, die boven zulke stelsels versteenden, worden door den storm der gedachten weer afgebrokkeld, tot zij als fijn meteoorstof in de ledige ruimte verstoven zijn. Welke waarde gij ook aan de zaken zelf moogt hechten : zeker is het, dat met het naderen van den tegenwoordigen tijd eene steeds donkerder wordende wolkenmassa zich boven dit gebied samenpakt. Wij kunnen dit voor

ons doel in het midden laten wij beiden weten

immers, welke geweldige vraag daaronder sluimert. De vermelding daarvan is voldoende. Laat ons de groote sphinx laten rusten op deze plaats en thans niet vragen, of het zand, waaronder zij tegenwoordig begraven ligt, rijst of daalt ....

Met onvergelijkelijk vasten tred plaatst zich echter naast het geloof aan de onsterfelijkheid van het individu, de erkenning van een tweeden weg naar de onsterfelijkheid, die, wel is waar, op zich zelf het individu niet redden kan, maar toch ten minste de menschheid. Het is de weg, die voert over de voortplanting, over de liefde.

In beginsel is ook deze opvatting eene overoude wijsheid.

Zij ligt zoo voor de hand, dat zij dit zijn moet.

De paar duizend jaren van het menschelijk denken zijn tegenover zulke eenvoudige logische gevolgtrekkingen, in den geest van de uitspraak van den bijbel, slechts eene nachtwake. Een vader, die stervend zijn jong kind zegent: en de geheele gedachtengang ligt in schets duidelijk voor u. De vader sterft, — hetgeen men zich dan weer, naar gelang van de bedoelde andere opvatting, voor zich zelf verklaren kan. Maar het kind leeft, en in hem zet zich de geslachtslijn voort. Millioenen van zulke lijnen, die elkaar kruisen, in elkaar geweven worden, nieuwe lijnen voortbrengen: ziedaar de menschheid. Het kind zal kleinkinderen, het kleinkind

Sluiten