Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arts K. A. Kortum (1745—1824). — 10. Gabriël Max, schilder, geboren te Praag in 1840, profr. aan de Akademie te München, bekend door zijn schilderijen van den „aapmensch", „apen als kunstcritici", enz. — 11. De mammoet, een kolossale olifant en het megatherium (= groot dier), een reusachtige luiaard uit het diluvium, den tijd van den oermensch, die in holen leefde. — 12. De M e m n o n s z u i 1, één der twee zuilen, in 1500 vóór Chr. in Egypte opgericht, ter eere van koning Memnon. In het jaar 27 vóór Chr. stortte die zuil bij eene aardbeving in elkaar en bracht, volgens Strabo, daarna dagelijks tonen voort. Later beweerden Grieken, dat dit Memnon was, die bij zonsondergang zijne moeder begroette. Waarschijnlijk ontstaat het geluid door de lucht, die, door de zon verwarmd, door de scheuren opstijgt. — 13. Odyssee, een heldendicht van Homerus, waarin de tienjarige zwerftochten van Ulysses, na den krijg tegen Troje, en zijn terugkeer naar Ithaka bezongen worden. — 14. Circe, toovenares op het eiland Aeaa. Zij veranderde de tochtgenooten van Ulysses in zwijnen, doch werd door dezen op zijne zwerftochten gedwongen, hun de menschelijke gedaante weer terug te geven. — 15. Lothophagen (= Lotuseters), een volk uit de mythologie, dat, volgens de sage, aan de Noordkust van Lybië zou gewoond en van de vruchten van den Lotusboom zou geleefd hebben. De tochtgenooten van Ulysses vergaten bij het genot daarvan hun vaderland.

Sluiten