Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijden, wellicht alleen Michel Angelo geheel bij zich zelf heeft gevoeld en door de kunst heeft weergegeven, toen hij de voorstelling daarvan tooverde op het plafond van de Sixtijnsche kapel.

Niet de kunst en het individuëele voorstellingsvermogen van die onsterfelijke plafondschildering heeft het moderne onderzoek overwonnen. Maar de denkbeeldige zoldering, die door de traditie geheel was opgegaan in eene vermeende ware historische overlevering, heeft zij met ijzeren vuist doorgestooten. Achter de paar duizend jaren der menschheid heeft dat onderzoek nogmaals eene poort opengebroken, die voert naar eene werkelijke oneindigheid. Ditmaal zijn het geen millioenen der ruimte, doch van den tijd. Tijdmillioenen van strenge historische ontwikkeling.

Stel u, als vrije maat voor den tijd, eens voor, dat de oude Cheops van Egypte 1), die zijn naam gaf aan de groote pyramide, een arbeid van reeds ontwijfelbaar hoog ontwikkelde cultuur, ongeveer 3000 jaren vóór Christus, dus in ronde cijfers omstreeks 5000 jaren vóór den tegenwoordigen tijd, geleefd heeft. Uit den tijd van Cheops maken opschriften gewag van tempels uit een fabelachtigen vóórtijd, die in het woestijnzand verstrooid lagen en destijds weer teruggevonden werden. De groote sphinx was in de dagen van Cheops reeds zoo oud, dat zij hersteld moest worden. Tot welke tijden gaat dus hier reeds de menschelijke beschaving terug — de beschaving in een vorm, die toen reeds werken schiep, voor welke gij tegenwoordig nog in bewondering

Sluiten