Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van magnolia's en immergroene eiken strekten zich uit tot in de, thans volkomen onherbergzame, streken van de ijswoestenij der polen. En toch zegt u reeds de naam Tertiairtijd (d.i. het derde groote tijdvak der aardgeschiedenis), dat wij hier te doen hadden met eene latere, betrekkelijk jonge periode. Onmetelijke tijdruimten scheiden haar van die Juraperiode, toen het tegenwoordige Juragebergte zich in de diepten der zee afzette als eene horizontale sliblaag, — slib, dat later verhardde en dat later door de opbouwende en opheffende krachten, die in de aardschors werkten, als gebergten tot hoog boven den zeespiegel opgeheven werd. In de Jurazee zwom de Ichthyosaurus 3) rond, en dezen kent de Tertiairtijd reeds niet meer. En zoo gaat het steeds verder terug, — terug tot in de overgrijze oudheid der aardsche dingen. Tot in de wouden der steenkoolformatie, die geheimzinnige wouden van varens, wier verharde en verkoolde overblijfselen wij tegenwoordig, als practische geologen, in onze kachels verbranden. Tot aan het eerste verschijnen van organische wezens in het algemeen. En dat daalt zeker af tot in de millioenen. En toch was ook dat nog slechts weer een trap, en ongetwijfeld reeds een hooge trap, op een ladder zonder eind. Was de aarde wellicht te voren gloeiend, — moest zij zich eerst samenballen uit het losse wereldstof, — bestond er een oertoestand der dingen, waarin alle planeten nog één waren met de zon, — en, nog verder terug, waarin de zon zich eerst uit den kosmischen hoogoven van een algemeen wereldstelsel afscheidde ? . . . De koenste gedachtengang is niet meer in staat, om zich dat duidelijk voor den geest te stellen. Maar ook het koenste jaargetal schiet daarin even zeker te kort. Het wentelt terug tot in de grijze reeks der millioenen, terug in den onafzienbaren tijd, zooals ginds in het tegenwoordige heelal tot in de onafzienbare ruimte.

„"Want zie : ik wil een nieuwen hemel en eene nieuwe aarde scheppen." De nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarvan het visioen van den profeet éénmaal gewaagde, is

Sluiten