Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de stad Stuttgart bevindt zich eene kleine gewijde plek, — geheiligd voor den natuuronderzoeker. Met eenvoudige witte muren, zonder eenige praal. Langs deze staan rijen van lange kasten, waarin donkere brokken steen liggen en op deze ontdekt uw onderzoekende blik zekere figuren, die aan de meer of minder verbrokkelde geraamten van dieren herinneren. De steenen zijn platen van den zwarten Juraleisteen, zooals hij aan den voet van de Zwabische Alp uitgehouwen wordt. 4) En dan op die platen de versteende overblijfselen van een groot kruipend dier, in de zee levend, met groote vinnen, reusachtige oogen en een krokodillenmuil, vol met verschrikkelijke tanden. Dit monster is de veelberoemde, in bovenstaande figuur afgebeelde, Ichthyosaur u s, in onze taal: „vischhagedi s." De steenen platen, die voor ons de laatste resten van zijn, blijkbaar lichamelijk uiterst krachtig en indrukwekkend, bestaan bewaard hebben, zijn oorspronkelijk als week slib, evenals de kleimassa's in onze zeeën en rivieren, op den bodem van den Oceaan bezonken, toen er nog geene Alpen waren en de vrije golven van de Middellandsche Zee voortrolden tot aan het Zwabenland. Van onze dagen is deze tijd gescheiden door eene reeks van jaren, waarvoor het eenvoudige woord „millioen" in elk geval ontoereikend is en eerst verveelvoudigd zou

Sluiten