Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bosch in het andere lokten gedurende de stilte van den nacht.

In het moerassige rietbosch van Madagaskar legt de Aepyórnis 8), een reusachtige vogel, die nog een halven meter hooger was dan de struis en wiens pooten veel dikker waren dan die van een grooten os, zijn ei, in welks schaal plaats was voor den inhoud van vijf struiseieren.

Met hoeveel bezwaren zullen het mannetje en het wijfje van de K o 11 o s s o c h e 1 y s 9), de tertiaire landschildpadden van Indië, die 6 meters lang en ruim 2 meters hoog waren, bij hunne paring te kampen gehad hebben, daar reeds onze kleine Grieksche schildpadden door hare lompe, met een steenhard pantser bekleede, lichamen dikwijls uur na uur vergeefsche moeite doen om daartoe te geraken.

En nu de tijdgenooten van den Ichthyosaurus zelf, de fabelachtige landdraken en luchtdraken van het geslacht der hagedissen. De Iguanodon 10), wiens geraamte is herrezen uit de kolenmijnen van België en dat in het museum reikt tot aan de hoogte der tweede verdieping — een reptiel, dat in rechtopgaande houding op de achterpooten liep, zooals een Kengoroe, terwijl het eene lengte had van 10 meters. Deze Iguanodons hadden wellicht reeds warm bloed en brachten zeker wel reeds levende jongen ter wereld. Wellicht omarmden zij eikaar, evenals de tegenwoordige Kengoroe's, in rechtopstaande houding en juist als zij daarbij onvoorzichtig op den weeken, moerassigen bodem terecht kwamen, zijn zij daarin reddeloos verzonken, gelijk aan lek geworden pantserschepen, trouwens tot groote voldoening van de tegenwoordige geleerden, die misschien mettertijd nog gansche rijen van deze reuzen, als opstaande zuilen, in de oude, reeds lang tot steen verharde, veer gronden der krijtperiode zullen ontdekken.

En dan ten slotte nog de grootste van allen, het grootste van alle landdieren in het algemeen, dat ooit de aarde heeft betreden : de Atlantosaurus, die door den Amerikaanschen geoloog: Othniel Marsh, uit de Juragesteenten van het Noord-Amerikaansche Rotsgebergte opgegraven werd,

BöLSCHE, Liefde i. d. Natuur, I, 2e druk. 7

Sluiten