Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

neger van Australië en ginds den Engelschman omvat, voorheen ook niet een vorm zou hebben kunnen insluiten, die, als hij op dit oogenblik levend vóór ons geplaatst werd, door ons zou moeten vergeleken worden met de mensch-apen der tropische wouden, den gorilla of den orang-oetan, ja zelfs in hoofdzaak daarmede gelijk gesteld zou moeten worden ?

En nu wijst juist alles, wat ons uit zekere, lang vervlogen oertijden bekend is, op een dergelijken stand van zaken.

Teruggaande tot vóór de ijsperiode, houdt elk spoor van den mensch op. Niet alleen de werkelijke menschenbeenderen, maar ook de overblijfselen van elke menschelijke beschaving. Tegenwoordig is die beschaving voor gansche werelddeelen het beslissende, wat aan het landschap zijn karakter verleent. Stel u den tegenwoordigen bodem van Europa voor, neergedaald in diepe aardlagen, met al zijne onmetelijke overblijfselen van de menschelijke industrie! Daarginds ziet gij echter niets meer. Niets dan het maagdelijke oerwoud, zooals het tegenwoordig den éénzamen reiziger in een nieuw ontdekt gebied, als een sprookje van groen, omringt. En in dat oerwoud slechts dieren, die beneden de menschelijke organisatie staan. Tusschen de schel gekleurde, bonte bloemen van de boomen van dat oerwoud, tusschen wier geheimzinnig groen de zon hare fijne lichtstrepen weeft, klauteren apen.

Waarom zou in hen de reeks der geslachien, die tegenwoordig „menschheid" genoemd wordt, niet verder teruggaan ?

Weer een oneindige tijd terug — en in het woud van boomvarens en araucaria's springen buideldieren met lange staarten rond en verschuilen zich dergelijke wezens als ons vogelbekdier in het moeras, dieren, die dus overeenkomst vertoonden met het, in bovenstaande figuur afgebeelde, landvogelbekdier. Bij de systematische rangschikking der dieren, zooals de wetenschap die tegenwoordig, na een uiterst vlijtigen, onvermoeiden arbeid, vastgesteld heeft,

Sluiten