Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aanteekeningen

1. C h e o p s, Egyptische koning uit de 4e dynastie, die de grootste der drie pyramiden van Gizeh bouwen liet. — 2. Door onzen landgenoot, prof. E. Dubois, werd in 1891 op Java eene belangrijke geologische ontdekking gedaan en wel van een schedel en andere beenderen van een dier, dat als een overgang kan beschouwd worden tusschen mensch en aap en dat door hem genoemd werd: Pithecanthrópus eréctus (d. i. rechtop gaande aapmensch). Op het 4e internationale congres van zoölogen, in Augustus 1898 te Cambridge gehouden, werden door Dubois daarover nadere mededeelingen gedaan, die van zooveel gewicht bleken te zijn, dat het congres besloot aan de Nederlandsche regeering het verzoek te richten, om de opgravingen op Java voort te zetten. Volgens het chemisch onderzoek der beenderen van dit dier, moet het gerekend worden tot het Plioceen, d. i. tot de jongste formatie van de Tertiaire periode. Later werden deze onderzoekingen voortgezet en ook uit de meting van den inhoud van den schedel is gebleken, dat deze het midden houdt tusschen dien van een mensch en een anthropomorphen aap. — 3. Zie de aanteekening 10, op blz. 48. — 4. De Zwabische Alp, een bergketen in Wurtemberg, ten N. van den Boven-Donau, met vele overblijfselen van vóórwereldlijke dieren, vooral in den leisteen en in den lithographischen steen bij Solenhofen, in Beieren. — 5. De kleine hagedis (Lacerta vivipara) brengt in zoover levende jongen voort (vi vipara = levendbarend), dat de eieren reeds in het lichaam van het wijfje uitkomen, doch geheel anders dan bij de zoogdieren, daar de vrucht niet door het moederdier gevoed en later ook niet gezoogd wordt. Men noemt zulke dieren dus : eier-levendbarend. — 6. De gewone hagedis (Lacerta igilis) komt bij ons op de droge gronden in de oostelijke provinciën en in de duinen voor. — 7. Gingkoboomen (Salisburia adi&ntifolia), behoorende tot de Conifeeren, worden in China en Japan gekweekt, doch zijn in wilden staat nog niet gevonden. In Europa vindt men ze wel in parken. — 8. Aepyórnis miximus (= hooge vogel), een uitgestorven vóórwereldlijke vogel, waarvan slechts het onvolledige geraamte bekend is, benevens een kolossaal ei. Men houdt hem voor den vogel Rok uit het sprookje.—

Sluiten