Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Kolossochélys = reuzenschildpad. — 10. Igudnodon, een geslacht van uitgestorven kruipende dieren uit de Krijtformatie, behoorende tot de orde der Dinosauriërs. (= verschrikkelijke hagedissen.) Zij zijn verwant aan de tegenwoordige leguanen, doch het geraamte vertoont ook eenige overeenkomst met dat der vogels. — 11. Zie de aanteekening 10, op bl. 48. — 12. Cambrische formatie, naam voor de bovenste lagen der Archaeïsche of oudste periode, die aan de Silurische formatie vooraf gingen. Intusschen kan, volgens de nieuwste onderzoekingen, het Cambrische strand thans niet meer als „oerstrand" gelden, daar men, sedert de eerste uitgaaf van dit werk, duidelijke overblijfselen van organismen gevonden heeft in nog oudere formaties dan de Cambrische. Op vele plaatsen in Noord-Amerika heeft men in vóórCambrische formaties fossielen gevonden, als bewijs, dat het organisch leven reeds toen bestond. Toch behooren ook deze fossielen nog niet tot de allerlaagste organische wezens, doch meerendeels tot de weekdieren, kreeften en trilobieten, zoodat ook hier van een eigenlijk „oerstrand' nog geen sprake is. — 13. Trilobieten, zooals de figuur op blz. 103 er een voorstelt, zijn fossiele, kreeftachtige dieren, wier lichaam in drie overlangsche afdeelingen verdeeld was (vandaar de naam.) Men vindt ze van de Silurische tot in de Steenkoolformatie, waarin zij uitgestorven zijn. — 14. Elementen of grondstoffen zijn de eenvoudigste bestanddeelen, waarin de stof, volgens het tegenwoordig standpunt der wetenschap, kan gesplitst worden en die dus op het oogenblik niet meer scheikundig kunnen verdeeld worden, zooals: waterstof, zuurstof, stikstof, koolstof, zwavel, de metalen, enz. — 15. Het protop 1 a s m a, de hoofdinhoud der cel, waaraan het leven gebonden is, vormt hoofdzakelijk eene chemische verbinding van de vier eerstgenoemde elementen in de vorige aant. — 16. Oerteelt of generdtio spontinea = de vorming van levende cellen uit de levenlooze, anorganische stof.

Sluiten