Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keld, tot op den mensch heeft voorgedaan : oerdarmdieren, wormen, visschen, amphibiën, vogelbekdieren, buideldieren en ten slotte apen en menschapen. Maar in beginsel maakt dat niet veel uit. De liefde schijnt in elk geval eertijds uit het slib verrezen te zijn, op een gewijden dag van den witten oertijd, vóór het ontstaan van alle aardsche kleuren, die wij kennen.

Zet deze gedachte nog eene schrede verder voort en dan zijt gij daar, waar ik u hebben wil. Aphrodite werd in de oud-Grieksche mythologie op geheimzinnige wijze uit het schuim geboren. Gaea 4) baart Uranus, de bevruchtende hemelskracht, en deze verwekt bij zijne eigene moeder de Titanen. Uit het schuim der door dezen bevruchte wateren van den oceaan stijgt Aphrodite op. Goden en mystiek . . .

Ga nu na, waarom de moderne natuuronderzoeker, aan die laatste grens van het leven vóór den roodgloeienden oertoestand der aarde, de hypothese van de „oerteelt" uitgevonden heeft.

In streng wetenschappelijken vorm ontstond deze hypothese in onze eeuw langzamerhand, als Darwinistische tegenhypothese, tegenover eene meening, die als zoodanig haren oorsprong volstrekt niet ontleende aan wetenschappelijk onderzoek en nadenken, doch juist aan de mystiek, met hare onuitroeibare taaie overlevering. Onderworpen aan godsdienstige dogma's, had zij een tijdlang, als 't ware, op de baren rondgezworven, toen haar plotseling in de wetenschappelijke geologie zelf eene reddingplank werd toegestoken. Vroeger een gloeiende oertoestand der aarde — waarbij het bestaan van levende stof onmogelijk was. Later het leven in tastbaren vorm. Geen twijfel dus, zoo redeneerde men, of de oorsprong van het leven, de eerste bacil, moest, als zoodanig, direct geschapen zijn en daarmede was, op de grens van de gloeiende onbewoonbaarheid en de afgekoelde bewoonbaarheid der aarde, ook de liefde „geschapen".

Hoe men nu ook over den eersten oorsprong van het leven moge denken, zoo kan toch zeker door eene eenvou-

Sluiten