Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bacil op de pas afgekoelde aarde — te kunnen kweeken, moet gij u noodzakelijk dit „anorganische" als het groote, omvattende totaalbegrip voorstellen, dat ook reeds de beginselen van het zoogenaamde organische of levende van den aanvang af insloot en nog insluit.

Hoe gij u zulks dan nader in bijzonderheden wilt denken, daarvoor bestaat een gansche bloemruiker van mogelijkheden.

De voor ons zichtbare anorganische natuur bestaat, zooals gij weet, uit een zeker aantal grondstoffen of elementen 5). Goud, lood, en andere metalen, de zuurstof der lucht, de waterstof van het water, het natrium uit het keukenzout, de koolstof, die wij kennen als houtskool of potlood : al deze stoffen zijn enkelvoudige stoffen of elementen. En nu is het opmerkelijk, dat er, van al deze elementen, één is, dat in geen enkele stof, welke van planten of dieren afkomstig is, in geen enkele organische stof dus, en dus ook in geen enkel organisme, van den bacil af tot den mensch toe, ontbreekt. Dit element is de koolstof. Men zou zich dus kunnen voorstellen, dat dit element de drager is van het levensbeginsel.

Toen de aarde nog witgloeiend was, zooals Sirius, en verbindingen van de elementen, bij de enorme hitte van dien verschrikkelijken aardschen hoogoven, niet konden bestaan, en deze dus nog alle in de afzonderlijke elementen opgelost waren, — en toen onze planeet dus nog veel minder de samengestelde celmassa vaneen „levenden bacil" kon bevatten, toen zweefde ook de zuivere koolstof als vrij, gasvormig element in dien gloeienden dampkring en stelde als zoodanig het vooruitbestaande ontwikkelings- en verbindingslid voor het „leven" voor, waarin de mogelijkheid van het ontstaan van den bacil ongetwijfeld reeds toen even goed verborgen lag, als later in den bacil de mensch.

Sluiten