Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevatten verder hoofdzakelijk de elementen: waterstof, zuurstof, stikstof, vele ook nog zwavel en phosphorus en sommige nog andere elementen.

Nog in den aanvang van de 19e eeuw meende men, dat er een kenmerkend verschil bestond tusschen de anorganische en de organische verbindingen en dat de laatste aan geheel andere wetten en krachten gebonden waren dan de eerste. Dit was verklaarbaar, want men kon toen nog geen enkele organische stof langs den gewonen scheikundigen weg kunstmatig bereiden en meende dus, dat organische stoffen uitsluitend konden gevormd worden in het lichaam van planten of dieren, dus door het levensproces. Wat dat levensproces was, daarmede brak men zich echter het hoofd niet, want ter verklaring daarvan vond men eenvoudig eene bijzondere kracht uit: de 1 e v e n s k r a c h t, welke uitsluitend in de levende wezens werkte. Slechts door deze kracht zouden dus ook de organische stoffen kunnen gevormd worden en er scheen dus een onoverkomelijk bezwaar te bestaan tegen hare kunstmatige bereiding in het laboratorium van den scheikundige.

Dit duurde nog tot het jaar 1828, toen de Duitsche scheikundige Wöhler ééne der grootste ontdekkingen deed van de nieuwere natuurwetenschap, door de kunstmatige bereiding van het ureum, een bestanddeel van de urine, en dus eene echte dierlijke, eene organische stof, welke het hem gelukte uit de anorganische grondstoffen: koolstof, waterstof, zuurstof en stikstof, in zijn laboratorium, dus zonder medewerking van de geheimzinnige „levenskracht", samen te stellen. De groote slagboom tusschen de organische en anorganische stoffen was daarmede gevallen en daarmede waren ook de dagen van de oude hypothese geteld en bleek er, in het wezen der zaak, geen verschil te bestaan tusschen de bestanddeelen en krachten van de levende en de levenlooze natuur. Tallooze organische verbindingen, die men vroeger slechts uit het lichaam van planten of dieren kon afscheiden, werden nu kunstmatig bereid. Ik noem slechts:

Sluiten