is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der liefde in de natuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het vleesch van zijn mededwerg het laatste en krachtigste levenselixir zal zijn, dat hem op de been helpt.

Maar wat geschiedt er ? Bij die dwergen gebeuren toch vreemde dingen. De twee kaboutertjes hebben elkaar stevig in de armen gesloten ; maar bij de innigste omarming schijnt hem iets geheel anders in de gedachten te zijn gekomen. Waarom zou de één den ander doodslaan ? Zijn zij niet vleesch van één vleesch en bloed van één bloed ? Waarom zouden zij niet in elkaar opgaan te midden van het volle leven ? Steeds vaster drukken zij zich tegen elkaar aan. Dan breken de kleine lichaampjes elkaar open, levenssappen stroomen wederkeerig over — nog één ruk en de twee

zijn één geworden. Eene groote zaligheid doorstroomt hen, de zaligheid van de volkomen verzadiging. Zij hebben elkaar letterlijk „opgegeten", evenals de bekende twee leeuwen, maar hier bleven niet eens de staarten over. Geen van beiden heeft echter bij dat opeten pijn gevoeld, leven ging zonder eenig spoor in ander leven op. En tegelijk klopt nu in het nieuwe dubbellichaam ook eene dubbele kracht, vergeleken met het enkele van vroeger. Nu wordt het uitgroeien tot den vollen wasdom slechts een spel. Spoedig is die bereikt — en dan begint het weer opnieuw: zelfverscheuring, kinderen krijgen en voortplanting van het dwergvolk tot in het oneindige — hoerah!

Er was trouwens eene eenigszins bijzondere geschiktheid van de dwergen noodig om zulk een salto mortale van leven tot leven te doen gelukken. Maar ent gij, als mensch, ook niet plantenloten van de ééne plant op de andere, ten einde ze levend te laten vergroeien, — pompt de arts u bij de zoogenaamde transfusie geen levend vreemd bloed in de aderen over — wordt bij u niet in de heelkundige praktijk, om ontbloote wonden te bedekken, eenvoudig een stukje eener vreemde huid „levend" op uwe eigen huid overgeplant? Zoo iets kunt gij u dus even goed in het rijk der dwergen ■voorstellen.

Nadat de zaak zich, door de natuurlijke gelijkheid der