Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een, daar juist voorbijkomend, vreemd kereltje, dat geen kiespijn had. Al het ziekelijke werd dan in hem als het ware verdund door den toevoer van nieuwe gezondheid. En als dit door steeds nieuwe geslachten op dezelfde wijze voortging, dan werd door de eeuwige opfrissching met gezond bloed, het droppeltje ziekte tot eene, steeds homoeopathischer wordende, hoeveelheid verdund. — zooals een droppel cognac, waarbij gij langzamerhand een oceaan vol water giet — totdat ten slotte de werking geheel verdween. Zulk een voordeel van den eersten rang: dat het versmelten met een tweeden dwerg niet slechts sterker maakte, wat de eenvoudige toeneming in massa betreft, maar ook onder omstandigheden veel gezonder, door de verfrissching van het bloed: dat kon op den duur niet veronachtzaamd worden. Bij de eenvoudige gewoonte van het versmelten in het algemeen, kwam dus nog eene tweede : dat men het eigen broertje altijd zooveel mogelijk vermeed en aan de vreemden de voorkeur gaf.

Dit had echter weer iets anders ten gevolge. De kleine gedecimeerde dwergjes uit hetzelfde deelingsnest gewenden zich nog meer dan vroeger aan het rondreizen. Daar zij tamelijk veel op elkaar geleken, was het in den regel zeer moeilijk om oogenblikkelijk uit te maken, of degene, dien men ontmoette, een broeder of een vreemdeling was. Ver van huis echter, ver van alle mogelijke broeders, verdween dat gevaar zoo goed als geheel. Dus: uitgerukt, op reis ! Het reizen was spoedig niet meer uitsluitend eene gril, maar een levensdoel. En de kleine kaboutertjes kregen daar langzamerhand zoo uitsluitend den slag van, dat zij, met hun krachtigen gang, ten slotte niet meer te herkennen waren, bij vroeger vergeleken. Het duurde niet lang, of het reizen bracht een nieuwen vooruitgang der zaak mede. Wij hebben tot nogtoe altijd van de miniatuurdwergjes gehoord, die uit de massaverdeeling van een ouden kabouter in twaalf of meer deelen voortgekomen waren. Maar gij zult u herinneren, dat wij vroeger ook nog andere kaboutertjes vermeld hebben, die zich wel in twee stukken scheurden, maar in

Sluiten