Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vermenging van zulk een kleinen reizenden dwerg en een grooten gevestigden dwerg voortgekomen waren ? Want gij hebt immers gezien: de reizende dwerg had zijn bestaan te danken aan de verdeeling van een dwerg in twaalf, twintig of meer gelijke deelstukken ; de gevestigde dwerg evenwel aan eene verdeeling in slechts twee (en wel zeer ongelijke) stukken. Nu, dat zaakje werd spoedig heel huiselijk geregeld.

Al naar gelang van zekere omstandigheden bij de versmelting, die, vrijwel overeenkomstig het doel, bij afwisseling in werking traden, volgde de nieuw ontstane dwerg hier deze, ginds eene andere methode vna deeling. Summa summarum werden dus altijd weer ongeveer evenveel dwergen met veelvoudige, als met tweevoudige deeling gevormd, als er noodig waren, zoodat voor beide groepen het bestaan van den noodigen stam steeds gewaarborgd bleef.

Slechts één punt kwam er in den regel als toegift nog bij. Gij herinnert u, dat die dwergjes, welke zich door ongelijke verdeeling in tweeën vermenigvuldigden, als resultaat der verdeeling steeds een groot — als 't ware een moederstuk — en een kleiner — als 't ware een dochterstuk — vertoonden. Deze methode der „ongelijkheid" bij de deeling ging nu langzamerhand erfelijk over op alle nakomelingen, ook op die, welke zich niet in twee, doch in twaalf of twintig deelen splitsten. Ook bij deze laatste had nu de verdeeling in den regel zoo plaats, dat de oude kabouter wel eene groote hoeveelheid kleine deeltjes afscheurde, maar een grooter deel als ongelijke hoofdrest overbleef. Derhalve: aan den éénen kant voortaan verdeeling in tweeën : — een groot en een klein stuk — aan den anderen kant verdeeling, stel in twintig stukken — één groot stuk en negentien kleine. Beide hoofddeelen waren groot genoeg, om zonder versmelting door het eenvoudige opnemen van voedsel, weer tot de volledige grootte uit te groeien. Zij bleven in beide gevallen voorloopig eenvoudig op hunne plaats, en alleen de negentien kleine deeldwergjes zwermden van het ééne hoofddeel uit, en één daarvan bereikte ten slotte den éénen deeldwerg van het andere hoofd •

Sluiten