Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deel, om met dezen eene gelukkige verbintenis aan te gaan.

Later werd dit nog meer in het bijzonder uitgewerkt. De groote deelrest van den dwerg, die negentien kleine dwergjes had afgescheiden, liet later dit vroolijke troepje niet meer zelfstandig en op goed geluk erop uitgaan. Hij zelf ging er met de geheele kolonie op uit. En hij zocht op die reis een dwerg van de andere soort uit, die juist bezig was, het kleinere deel van zijn lichaam af te splitsen. En naderbij gekomen, liet hij snel één van zijne eigene negentien kleine dwergjes los, liet dezen er heen snorren en zich met den vrijgeworden deeldwerg van de andere partij vereenigen.

Deze methode stelde in elk geval eene verbetering van het gansche proces voor, met het oog op de zekerheid. Tevens wees zij ongetwijfeld reeds op eene wijziging in de gansche handelwijze der dwergen, die zeer opmerkenswaardig beloofde te worden. Want het versmelten in het algemeen had voor het eerst in zekeren zin den invloed van de kluizenaarsgewoonten en van het éénzame op-zich-zelf-leven bij de dwergvolkjes gebroken. Thans leverde dit blijkbaar reeds verdere vruchten op. Het bedoelde vereenigd-blijven der twintig deeldwergen onder de leiding van den éénen grootsten dwerg, was het eerste begin van een socialen broederbond tot gemeenschappelijk handelen en tot aller voordeel — eene gewichtige vingerwijzing !

Doch dit daargelaten. Vat slechts het laatste beeld nog eens scherp in het oog. Twee dwergen. De ééne splitst negentien kleine dwergjes van zich af ; de andere slechts één, maar een tamelijk grooten. De eerste dwerg beweegt zich naar den tweeden toe en zendt, in de nabijheid van dezen gekomen, één zijner negentien kleinen op den jongen deeldwerg van den anderen af. Uit de vermenging van de beide jongen komt een nieuwe dwerg, hetzij van de eerste, of van de laatste soort, te voorschijn.

Sluiten