Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

.... Zet nu de sprookjesbril af. Wat hebt gij gezien? Er was eens ? Ja, maar waar ?

De genoemde dwergen vormen in de werkelijkheid een geslacht, waarvan de aarde allerwegen overbevolkt is. Het zijn de ééncellige oerwezens. Geen dier, noch plant. Nog geen dier, nog geen plant! Dwergen, de meeste inderdaad nietigste dwergen, als gij u zeiven (dus een dier van hooge ontwikkeling) of een visch, of een oester tot maatstaf neemt. Land, lucht, zee en zoetwater zijn overal vol van deze wezens, ofschoon ze meestal zoo klein zijn, dat gij ze met het bloote oog volstrekt niet kunt waarnemen.

Ik heb tot nogtoe altijd bij voorkeur de uitdrukking „bacillen" gebruikt, omdat ik daarin een aanknoopingspunt had aan een, u althans eenigszins bekend, begrip. De bacillen vormen echter onder de ontelbare menigte slechts eene enkele groep en behalve deze zijn er nog talrijke andere soorten. In weerwil van den verbazend eenvoudigen bouw — want ééne cel slechts, één enkele organische metselsteen, vormt het gansche lichaam en organen bezitten zij in dat lichaam in den regel nog zoo goed als in 't geheel niet — in weerwil daarvan vertoonen die soorten toch onderling nog menig punt van verschil. Vooral wat de levenswijze betreft. Sommigen voeden zich op dezelfde wijze als de planten (die zich wellicht uit deze soort ontwikkeld hebben) onmiddellijk met anorganische stoffen. Andere daarentegen leven uitsluitend weer eerst van de andere soort zelf, gaan dus evenzoo tewerk als de, uit hen ontwikkelde, dieren, die nooit onmiddellijk de minerale stoffen van den bodem

Sluiten