Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontleden en verteren kunnen, doch voor hunne voeding andere dieren, of vooral planten, gebruiken. Maar ook in de grootte, in den aard en de aanwezigheid van eene zoogenaamde kern in de cel en in nog zekere andere eigenschappen bestaan er bepaalde verschillen. Gij slaat hier een blik in een reusachtig rijk van het organisch leven, de aarde omvattend, evenals het planten- en dierenrijk. Deze stellen als zoodanig dan ook niets anders voor dan twee takken van dat groote, „derde," oorspronkelijke rijk, die zich ieder op zich zelf hooger ontwikkeld hebben, terwijl de massa dier ééncelligen, ook tegenwoordig nog, in het oude oerstadium om den aardbol zwermt.

Gij, die wel de heer der schepping genoemd wordt, komt ook onophoudelijk met dat alomtegenwoordige rijk der dwergen in aanraking. Geen ademtocht, geen hap voedsel, geen slok water, waarmede gij niet eene ontelbare massa van die bacteriën inslikt. Wee u, zoo er eene tegenstrijdigheid bestaat tusschen de cellen van uw lichaam en eene horde van zulke ééncellige indringers. Als chölerabacillen maaien die dwergen u, menschen en heeren der schepping, weg als rijp graan en met geen tweede wezen op aarde, met geen tijger of giftslang, met geene giftplant, is de strijd nog tegenwoordig, zelfs voor den mensch der beschaving, zoo hevig en de overwinning zoo twijfelachtig geweest, als met deze oerdwergen van eene enkele cel. Aan den anderen kant evenwel zou ook die gansche menschelijke beschaving, met haren landbouw en hare nijverheid, zoo goed als onmogelijk geweest zijn zonder de hulp van zekere nuttige kaboutertjes, die ais de oorzaak beschouwd worden van de gewichtigste ontbindings- en gistingsprocessen. Uw bestaan is, waarheen gij ook den blik wendt, doorweven en doorsponnen met het net en en met den arbeid dezer kinderen van het „derde rijk" — te beginnen met uwe wording, toen het zaaddiertje en het ei, twee vrije „ééncelligen", nog eens binnen een hooger organisme schenen te ontstaan om u zelf voort te brengen — tot aan uwen dood, als wanneer ééncellige bacteriën

Sluiten