Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^et -krijgt kinderen", dat wil zeggen: het valt

eenvoudig tot twee kinderen uiteen. Blijkbaar is ook dit vermogen evengoed eene innerlijke noodzakelijkheid en eene grondeigenschap van het ééncellige wezen, als het eten en het groeien zelf en het moet dus op grondkrachten van dit leven berusten, die wij in haar wezen nog niet kunnen doorgronden, maar die wij als zoodanig moeten aannemen als iets, dat volkomen vaststaat.

Bij dit proces vormt zich nu eerst eene insnoering, ongeveer in het midden der oppervlakte van het weeke lichaam, aan beide zijden; — die insnoeringen worden dieper en dieper nu worden de beide deelen nog slechts door een dun vezeltje van levende stof bijeengehouden — totdat eindelijk ook dit draadje afbreekt en gij twee schepseltjes in plaats van één voor u hebt, elk precies half zoo groot als de oude amoebe was, maar elk op zich zelf een afgesloten individu, dat dadelijk weer begint met zich, door eten en groeien, tot de oude grootte op te werken en zich dan opnieuw te verdeelen.

En dit deelingsproces heeft, althans bij de bacteriën, in den regel verbazend snel plaats, hetgeen te opmerkelijker is bij de onnoemelijk kleine afmetingen dezer wezentjes, welke slechts uitgedrukt kunnen worden in duizendsten en tienduizendsten van een millimeter. Reeds onze langenoot van Leeuwenhoek zegt in zijne beeldrijke taal, dat de grootte van deze organismen — die hij nog voor diertjes hield — zich tot die van eene kaasmijt verhoudt, als de grootte van eene bij tot die van een werkpaard. De sterkste vergrootingen onzer microscopen, waarbij een mensch, gesteld dat men hem geheel kon overzien, de afmetingen van den Montb'anc zou vertoonen, doen ons de meeste bacteriën nog slechts zien als stipjes, zoo groot als de punten en komma's van dit boek.

Maar wat zij in grootte te kort schieten, dat wordt hier, in het belang van de instandhouding der soort, ruimschoots vergoed door de schier ongeloofelijke snelheid van vermenig-

11*

Sluiten