Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bekijk nog eens de kleine groene draadwieren van zooeven — de laagste planten, die wel reeds eenigszins meer ontwikkeld zijn dan het eenvoudige ééncellige oerwezen, maar toch nog de eenvoudigste versmelting van gelijke deel-individu's vertoonen. Daar bespeurt gij twee van die kleinste deelalgen, terwijl zij in het water rondzwemmen en een collega zoeken om mee te versmelten. Het zijn echte broeders uit dezelfde verdeelde cel. Nu ontmoeten zij elkaar — maar... zij ontwijken elkaar. Zij willen elkaar niet! In het volgende oogenblik daarentegen heeft elk van haar eene vreemde, niet broederlijke, zwermcel bereikt en daar opeens smelten zij krachtig ineen. Waarom versmaadt de broeder den broeder ?

Beschouw nu iets anders. Hoogere planten. Hier bestaat reeds de echte scheiding der geslachten, een vrouwelijk deel in de bloem : de stamper met den eierstok, en mannelijke deelen : de zaad- of stuifmeelhoudende meeldraden. Maar dit slechts ter loops. In elk geval hebt gij in den regel de beide deelen, die voor de bevruchting met elkaar moeten versmelten, oogenschijnlijk dicht bij elkaar in dezelfde bloem. Deze hoogere planten zenden geen beweeglijke zwermcellen meer uit, zooals de genoemde draadwieren. De bloem zit vast, zooals de geheele plant. Des te gelukkiger, zult ge zeggen, is dus de vereeniging der geslachtsdeelen in ééne en dezelfde bloem. De meeldraden, zou men zoo denken, behoeven slechts ter gelegener tijd hunne zaadcellen, de stuifmeelkorrels, uit te werpen en dan zullen deze op den stem-

Sluiten