Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het „soeiale" element in de geschiedenis der liefde.

Aan het slot van het sprookje der dwergen heb ik u reeds gewezen op de beteekenis van het „sociale." Dat de dwerg — of het oerwezen — zijne zaadcelletjes en eicellen niet meer werkelijk dadelijk wegzond, maar voorloopig bij zich hield : dat was in het wezen der zaak feitelijk reeds eene zeer eenvoudige sociale handeling.

Zulke sociale handelingen in uitgebreidere beteekenis moeten echter juist in den tijd, toen ook de hoogste trap der liefde zich baan begon te breken, voor het leven der ééncelligen reeds hoogst gewichtig, ja beslissend, geworden zijn. Zonder het te zoeken, hebben wij bij de beschouwing der, op de aarde nog levend voorhanden, ééncelligen, reeds vroeger zulk een algemeen sociaal feit ontmoet. En wel: den volvoxkogel. Wat was dat ?

Een paar duizend zeer kleine ééncelligen, nog goed kenbaar als ééncellige individu's, vormen, door een zekeren geringen samenhang, een betrekkelijk grooten, groenen kogel, die onder levendige bewegingen, als een enkel totaal-organisme, in het water zwemt. Versta mij wel: deze cellen zijn niet met elkaar „versmolten", zooals bij het liefdesbedrijf, om aldus uit duizend samenvloeiende afzonderlijke kogeltjes één grooten gezamenlijken kogel, als 't ware een eenigen kolossalen reuzenliefdeskogel, te vormen. Wel schijnt het, alsof de volvoxkereltjes reeds eenigermate iets van de liefde geleerd hebben. Zij hebben het beginsel tot het hunne gemaakt, dat

Sluiten