Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trechter inzinkt, een beker. Ten slotte heeft de kogel van binnen eene holte, die naar voren in een mond eindigt, maar de wand van den kogel bestaat uit twee lagen van cellen — de oorspronkelijke uitwendige en de, langzamerhand van de pool uit, als den vinger van een handschoen, naar binnen ingestulpte inwendige laag. De buitenwand bevat uitsluitend bewegende cellen, de binnenwand daarentegen slechts etende. Gij hebt thans, in plaats van een eenvoudigen kogel van cellen, eene cellengemeenschap met eerste verdeeling van den arbeid voor u. Het gat is inderdaad een mond. De buitenwand is eene huid met bewegingsorganen. De binnenwand is eene werkelijke maag of darm. Van dit wezen tot u is de afstand reeds aanmerkelijk kleiner. Het vertoont de verdeeling van den arbeid in vollen gang. Het heeft een mond, eene huid, een darm, evenals gij. Het is nu niet meer eene eenvoudige cellenpyramide zonder inhoud : het heeft als 't ware twee in elkaar geschoven kamers, waarvan de ééne blijkbaar eene eetkamer is en deze is van eene deur voorzien. Het is in de ware beteekenis een huis „in wording," nog wel eenvoudig, maar toch, strikt genomen, van u nog slechts verschillend door dien éénvoud, niet door den aard.

Alle mogelijke hoogere dier-„huizen," den hond zoo goed als gij, den oester, den regenworm, de zeester — allen kan men, bij al het ingewikkelde van hunne zalen, kabinetten, erkers en luxe-vertrekken in het veelcellige lichaam, toch steeds tot dit eenvoudige eerste huisje der arbeidsverdeeling terugbrengen. Gastraea heeft Haeckel het genoemd. Van gaster, de maag. Dus het eerste maagdier. Alle hoogere dieren gaan, duidelijk herkenbaar in hun stamboom, tot dezen vorm terug, die in de figuur op blz. 142 voorgesteld is, zooals hij uit de oorspronkelijke cel door deeling, eerst in twee, dan in vier en eindelijk in een groot aantal, tot een kogel vereenigde, cellen overgaat, die van buiten van trilharen voorzien zijn. Wij zien dan eene instulping ontstaan, die zich verder uitbreidt tot eene holte, wier bin-

Sluiten