Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anderen over het varengroen. Naast u verneemt gij een zacht gekraak. Het zijn mieren, die in lange, bruine gelederen voortmarcheeren. Een vreemdsoortig insect, de mierenleeuw, loert op de voorbijtrekkende mieren, verborgen op den bodem van een, door hem in het witte zand gegraven, trechter en werpt met zand naar haar, om ze in den val te doen tuimelen. In het heidekruid het doffe gebrom van den hommel, behaard als een beer. En in de lucht, vóór den schemerenden wouddamp, een onophoudelijk komen en gaan van andere insecten, als het golven van lichtgevende gouden punten ; af en toe een luchtdraad van eene spin, die daartusschen waait als eene zilveren streep.

Oneindige werelden van het leven omspant hier uw blik. Onafscheidelijk van haar ligt gij daarin. Dat alles is eene eenige levensgolf op aarde: dennenboom en varenkruid, insect en vogel — en gij. Gij allen schommelend op dezelfde wet. Met kracht gedrenkt door de zon, om welke gij, met uwe oude aarde, uwe reis aflegt. Kinderen van het licht. Geboortekribben van den geest. Broeders, van den oorsprong der planeet af, door de oermillioenen der jaren verbonden. Slechts langs wisselende wegen op verschillende eindpunten aangekomen : den en varen, mieren, zwaluwen, eekhorentjes en mensch.

Gij allen zijt kinderen van het land en reeds daardoor nauwer vereenigd. Kinderen van de groote eilanden der aarde, rond welke de blauwe zee eerst drijft, die de eigenlijke oeraarde is. En terwijl gij nu in den hemel staart, schijnt deze die watermassa's, welke het woud voor u verbergt, daarboven nog eens, helder als den aether, te weerspiegelen. Ook daar een oneindig leven. Uit de diepten der koralen stijgen boomen op, die nu niet bezaaid zijn met groene bladeren, maar met de oranjegele muilen van vraatgierige poliepen. Zilveren visschen zweven heen en weer. En in eene lange reeks zwemt een leger van klokvormige medusen of kwallen op u toe, de tooverachtigste van alle kinderen der zee, fonkelend in alle kleuren van den regen-

Sluiten