Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boog. Leven, leven in de golven, evenals op het land. Eene wereld in den dauwdroppel. Myriaden van trillende zielen. En overal het verlangen van u tot u. De dennenboom en het varenblad, de vink en de mierenleeuw, de zwaluw en het eekhorentje, de zilvervisch en het groote, bonte oog der zee, de meduse : alles verkeert onder den invloed der liefde, zooals gij zelf ook droomt van uwe liefste. Alles eene enkele, groote levensketen, eene liefdesketen.

Druk uw hoofd hier tegen dat granietblok, dat van de verte uit Noorwegen, met de gletschers uit den ijstijd, éénmaal naar deze zandvlakte gevoerd is, — en sluit een oogenblik uwe oogen.

De oude sage: En Jacob kwam op eene plaats, daar bleef hij over nacht, want de zon was ondergegaan. En hij nam een steen van de plaats en legde dien onder zijn hoofd en legde zich neer om te slapen. En hij droomde, dat eene ladder op de aarde stond, die met haar top tot aan den hemel reikte en de Engelen Gods klommen die op en af. . . .

De tegenwoordige natuuronderzoeker raakt uw voorhoofd aan en ook voor u verheft zich eene ladder ten hemel.

De mensch is de hemel der aarde, hij heeft voor het eerst den gouden sterrenhemel boven haar met bewustzijn aanschouwd. Hij heeft voor zich zelf met haar een vaderland gebouwd in een bovenaardsch geestes-uitspansel. Hij heeft God geschapen, in de kunst, in het ideaal, in de waarheid, in zich zelf. Tot dezen mensch opwaarts reikt echter de ontzaglijke ladder van het gewordene. De ééne vorm na den anderen stijgt daarlangs op en af, nog levende, zoowel als sinds lang uitgestorvene : — al de levensvormen, die op de aarde lager staan dan de mensch. Een reusachtige stamboom, o moderne droomer, is uwe Jakobsladder, sport na sport, tak aan tak.

Onderaan eerst de oercel, het eerstgeborene, dat nog geen dier, noch plant is. Dan de cellengemeenschap, zooals zij als volvoxkogel vóór u uit zwom. Dergelijke cellenkolonies,

Sluiten