Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schepsel uitgroeit, — kan de Hydra ook kleine, jonge poliepjes onmiddellijk uit zich zelf naar buiten laten groeien, — volkomen zooals eene Geraniumplant niet alleen door bloemzaad kan vermenigvuldigd worden, doch ook door stekken of afleggers, waaraan zich knoppen bevinden. Bij de plant is voor u het voortbestaan van deze tak-knopvorming, naast de geslachtelijke bevruchting door bloemen, iets, dat van zelf spreekt. Maar ook bij de lagere dieren vindt gij althans het vermogen daartoe nog overal standvastig bewaard. Wel ziet gij echter, dat, hoe hooger de dierlijke stamboom opschoot, de eigenlijke geslachtelijke liefde zich toch meer en meer als de eenige nuttige heeft doen kennen. En daaraan hebt gij het te danken, dat gijzelf tegenwoordig nog slechts langs dien weg kinderen kunt krijgen, — in plaats dat bij u of uwe vrouw af en toe ook nog kleine jongens of meisjes uit den rug, de knie of den voet „uitbotten", zooals kroppen sla uit een vruchtbaar tuinbed.

Maar nu uwe tweede menschenstelling. Uit het moederlijf van den mensch komt weer een menschenkind. Dat lijkt toch volkomen van zelf sprekend? Welnu.

Ik zeide immers: uit poliepen van dien eenvoudigen vorm der lieve, kleine Hydra hebben zich ook die heerlijke medusen of zeekwallen ontwikkeld, die gij op gindsche zeekust ziet. Gij kent ze. Na een stormvloed liggen ze, als gladde, glinsterende schijven gelei, op het witte strand jammerlijk te verdrogen. Maar in de open zee ziet gij ze achter het schip, in volle levenspracht zich langzaam voortbewegen, als de zonderlingste producten der zee, dikwijls in lange scharen, bont van kleuren, als wezens uit een sprookje, die daarbuiten in het oneindige blauw tehuis zijn en die met hun elastisch glasachtig lichaam, zonder eenig vast deeltje, de kracht

Sluiten