Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af en wordt een op zich zelf staand dier, - dan het volgende en zoo voort.

„J" !S.het '"°ndt"baar"ik, dat elk der losgelaten kopjes met dadelijk weer naar den bodem zinkt en opnieuw een pob.p wordt t integendeel, zi, keeren zieh om. me, den mond

vrif in het t , ™S kl°kï°'""S «» »e»«n vrij in het water rond als medusen

Waar blijft hier uwe tweede stelling bij den mensch ? Uit

onLT ° rt$taat WSer Sen menSch' Maar uit de meduse ontstaat een poliep en uit den poliep weer eene meduse

nu T Sf'J hSbt m h6t V00raf9aande ree^s wat geleerd en nu brengt giJ uwe wijsheid ter rechter plaatse te pas. Hier

ben wt 71 wonderbaarlijks in, zult gij zeggen: hierheb-

a K Z mSer 6n n'ets minder dan de biogenetische

DerhaT h h T*™ ^ hiSt°n'Sch af van den P°üep vana ï Zij hare ei9ene ontwikkeling in den aan

aana uitV^ y ^ P°lieP en 9aat eerst na den overgang uit dezen poliepvorm in eene echte meduse over. Dit is

zoo meent gy, eigenlijk toch niets wonderbaarlijker, dan dat mensch in het moederlijf nog eens kieuwspleten krijqt evenals een visch, of een staartje, zooals een aap

En in eén opzicht hebt gij daarin nog niet zoo geheel n a ongelijk. Want de meduse stamt werkelijk historisch af van den poliep en als de poliep in zijne afzonderlijke

danW!.0t d"9 m 1 a'9emeen n°9 WSer te voorschijn komt, dan ligt daarin zeer zeker, in zijn geheel genomen

eene historische herinnering en herhaling in den zin van de'

biogenetsche grondwet, volkomen zooals bij de kieuwen en

den staart van het menschje in het moederlijf

van Z* 'etS, bijZ°nterS Wiift 6r t0Ch b6Staan en'in ^rwil van alles, iets zeer bijzonders. Denk eens goed na

uiteet LVdr9elijkin9 met d6n menSCh °p9in9' dan Z0U de, uit het medusenei gevormde poliep moeten zijn het embryo

de kiem, het nog geheel onvoltooide jong van de meduse'

def mT °^reenKk°mend met het vischachtige embryo van mensch in het moederlijf. Maar dit „medusenembryo"

Sluiten