Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hoe wonderbaar! Leeft er in de diepten van deze blauwe, kristallen kasteelen der oceanen de een of andere watergeest van Böcklin 5), die werkelijk, in zijn vrijen tijd, zulke ruikers uit bonte medusen vlecht, om die dan aan het keurslijf van de groenoogige waternimf, zijne liefste, vast te steken ? En is hem wellicht zulk een dierlijk bouquetje ontsnapt, door de golven voortgewiegeld en juist naar u, den peinzenden natuuronderzoeker, heengespoeld ? Want hetgeen daar als schijnbaar geheel afzonderlijke meduse u tegemoet kwam en thans ontleed vóór u ligt — dat is werkelijk niets meer en niets minder dan zulk een „bouquet". Alleen „leefde" hij in zijn geheel.

Geen watergeest echter heeft hem opzettelijk gemaakt, geen snijdend mes hem eerst uit zoo en zooveel medusen kunstig samengelapt. Hijzelf zwom in zijn geheel, als een afgesloten, levens- en liefdesvatbaar organisme door de zee. Vóór u ligt de Siphonophóre of blaaskwal 6), wij zouden haar kunnen noemen :de staatskwal.

De siphonophore verschilt vooreerst door ééne omstandigheid in den grond der zaak van alle overige vrij rondzwemmende kwallen. Of deze ook al bij tienduizenden in een zwerm achter elkaar zwemmen: zij blijven toch elk een dier op zich zelf. De siphonophore echter is niet één dier; zij is zelf reeds een ruiker, een staat, eene kolonie, eene sociale gemeenschap, of hoe gij het noemen wilt, van vele dieren. Een klomp van afzonderlijke medusen is bij haar, als een „rattenkoning", tot één geheel saamgevlochten. Gij kent het lieve monster van dien naam. In den één of anderen hollen balk of een zoldergat van eene oude schuur, die van ratten krioelt, hoort gij reeds lang een afschuwelijk geschuifel en gepiep, nog veel erger dan alle gewone rattenkabaal. Eindelijk verliest gij uw geduld en gij hakt met een bijl den vloer of den vermolmden balk open. Daar springt een monster op u toe, dat door eene afschuwelijke misvorming of ziekte in het nauwe, vuile gat met het rattennest ontstaan is. Ongeveer twintig of meer ratten zijn, met hun lange staarten,

Bölsche, Liefde i. d. Natuur, I, 2e druk. 16

Sluiten