Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodanig in elkaar gevlochten en vergroeid, dat geen enkele zich meer van de overige kan bevrijden en zij alzoo allen te zamen gedwongen zijn hun levenlang een Siameesche twintigling te blijven. Dat noemt men den „rattenkoning."

Ongetwijfeld is het innerlijk geen monarchie, doch eene hoogst onpractische, gedwongen republiek, die, als geheel, in elk geval slechts als tijdelijke ziekte in het, overigens anarchistisch vrije, rattenleven voorkomt. Maar stel u weer eens in uwe verbeelding voor, dat zulk eene rattenkolonie met vergroeide staarten zich werkelijk bij dien toestand wél bevond en dat daardoor iets bijzonders gebeurde. De staarten zouden namelijk zoodanig met elkaar versmelten, dat de bloedsomloop daarin van het ééne individu naar het andere, en ten slotte naar alle andere, overging. De ratten staan nu alle twintig tot elkaar in dezelfde verhouding als eene moeder tot haar, nog niet geboren, kind. Het kind wordt in de baarmoeder nog gevoed door den bloedsomloop der moeder. Het behoeft dus niet afzonderlijk te eten. Het behoeft evenmin afzonderlijk te ademen : het moederbloed wordt voor het kind mede gereinigd en vernieuwd, de long der moeder ademt ook voor het kind. Hoe zou het nu gaan, als in den zin, dien wij reeds eens bij de oercellen waargenomen hebben, de ratten-twintigling, voldoende van bloed voorzien, er eens toe overging om onder zijne geheele individu's de arbeidsverdeeling in te voeren?

Deze vijf ratten bijvoorbeeld zouden alleen nog slechts eten en verteren. De volgende vijf alleen bijten, om zich tegen vijanden te verdedigen. En deze vijf loopen alleen nog en trekken de andere mee. Daar elk van haar, ook behalve de eerste vijf, voedingsbloed van de anderen verkrijgt, is het voldoende, als de vijf eersten eten. Daar elke rat mede verdedigd wordt, als er vijf voor de geheele collectie bijten, is de bijterij van die vijf voldoende. En het derde vijftal sleept al de overigen gemakkelijk mede van hare plaats. Elke rat heeft dus niets anders dan dat ééne te doen en kan al hare vermogens op die ééne verrichting concentreeren.

Sluiten