Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aaltje, dat zich vermaakt in uwe azijnflesch. Dit zijn alle zoogenaamde echte wormen.

En leg nu de rest op een derden hoop, dan hebt gij de ringwormen. Eigenlijk staan deze reeds boven het eigenlijke type van den worm. Gij moet goed in uw geheugen prenten, dat uit de echte wormen de gezamenlijke hoogsre diergroepen : de schelpdieren, slakken, inktvisschen, zeesterren, zeeëgels, kreeften, spinnen, insecten, visschen, amphibiën, reptielen, vogels, zoogdieren, en op het laatst: menschen, historisch ontwikkeld zijn. Daarbij kwamen natuurlijk ook overgangsgroepen voor, die nog niet geheel het wormtype verlaten hadden, doch er ook niet meer volkomen mee samenvielen. Zulk een overgangsgroep vormen nu ook de ringwormen, want zij kronkelen zich van de echte wormen naar boven tot de kreeften en insecten. Hiertoe behooren echter juist die „wormen," welke u het best bekend zijn: de aardof regenworm en de bloedzuiger, en zoo kent gij van elke der drie hoofdgroepen van wormen althans een paar voorbeelden, hetgeen voor ons doel voldoende is.

Vooraf nog slechts de volgende waarschuwing : eene massa dieren, die gij gewoon zijt „wormen" te noemen, al die dikke bazen in het bedorven vleesch, in de „levende" Limburgerkaas, in den „wormstekigen" appel, zijn, zoölogisch gesproken, volstrekt geen wormen, — het zijn de maden of onontwikkelde, jeugdige vormen van insecten, en als gij eene made uit de kaas of het vleesch eenigen tijd waarneemt, dan verandert zij ten slotte in eene echte vlieg, die een oneindig veel hooger en ingewikkelder georganiseerd dier is dan een echte worm.

Wij vertoeven eerst nog een oogenblik bij de platwormen, want daar zijn nog genoeg zonderlinge liefdeshistories te vinden.

Daar ziet gij bijv. het dubbeldier of dubbellijf 2), een klein monster en tafelschuimer op de kieuwen van den karper. Stel u twee zeer kleine augurken voor, die kruiselings met elkander vergroeid zijn. Elke augurk is eigenlijk een

Sluiten