Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangedrukt, zwelt elk klein levend draadje op tot eene gedaante, die aan eene kleine flesch doet denken. Gedurende eene poos wordt elk fleschje steeds dikker — de elastische wortelhuid zwelt daarboven reeds naar buiten uit, alsof het oude wortellichaam een geslacht van zonderlinge jonge bietjes wil laten uitbotten. En werkelijk: een gedeelte derflesschen zwelt en zwelt, tot zij op een opgeblazen citroen gelijken, de citroen dringt steeds verder en: knaks! — de plantenhuid barst en de punt van de citroen steekt naar buiten. Feitelijk is dit onbescheiden puntje het levende achterdeel van den worm, waarin zich eene opening vertoont. Eene vrouwelijke geslachtsopening. Het citroendiertje is, heel in stilte, vrouw geworden. En met de geslachtsopening vrij naar buiten gekeerd, wacht het nu bewegingloos op de dingen, die komen zullen.

En die komen spoedig. Niet al de bieten-wereldreizigers zijn vrouwelijke citroenen geworden. Een gedeelte heeft, nadat het zijn bekomst gegeten en den genoemden flesch vorm bereikt had, uit deze, zijne fleschhuid, spoedig zichzelf weer naar buiten getrokken, zooals eene worst, die uit haar eigen vel kruipt. Nogmaals in een dun draadwormpje veranderd, is elk dezer onrustige zieltjes, tegelijk met die verwisseling van overjas, ook „man" geworden — met een werkelijk mannelijk geslachtsorgaan. En thans, in het bezit van de nieuwe vermogens, schijnt althans deze partij eindelijk genoeg te hebben van het oude wortelleven: de nieuwbakken „heeren" doorboren de wortelhuid, klimmen van buiten langs het dak van hunne gevangenis naar boven en gaan, geleid door de geheimzinnige macht der liefde, op de zoek van het „eeuwig vrouwelijke." Zij vinden ze overal op hun weg, als naar buiten gekeerde citroenwijfjes en, in vluchtigen roes, heeft de bevruchting plaats.

Nauwlijks zijn de eieren bevrucht en beginnen zij rijp te worden, of er begint in het citroenvrouwtje eene onweerstaanbare uittering van alle organen. De baarmoeder barst uiteen en werpt de eieren vrij in den moederbuik en voor dezen teert op

Sluiten