Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunst, van welke men mettertijd meer en meer mag hopen, dat door haar de eigenlijke natuurhistorie, de natuurlijke ontwikkelingsgeschiedenis der menschheid, als in een spiegel, weerkaatst zal worden. Hoe hebben de Grieken zich nog uitgesloofd, om hermaphrodieten in marmer te scheppen, ideale gestalten, die man en vrouw zouden vereenigen. Het ging niet meer, — wat voor den dag kwam, was eene misgeboorte. Bij den bloedzuiger is het nog echte natuur, die naar boven streeft. Bij de menschen in de dagen van Phidias is het hopeloos lapwerk.

Op de tegenstelling tusschen man en vrouw, op deze eenige arbeidsverdeeling, die werkelijk, ook nog bij het hoogste organisme, physisch tot voorbij het individu reikte, steunt de mensch in alle wortels, zoowel als in alle bloesems zijner kracht.

Wilt gij aan deze zaken tornen met toekomstgedachten, dan moet gij uwen weg reeds door den geest nemen. Ongetwijfeld : in geestelijken zin rijst, wellicht reeds voor ons zichtbaar, een zwak, eerste morgenrood op, alsof ook deze tegenstelling nog eenmaal op de eene of andere wijze zou kunnen versmelten, nadat zij haren arbeid voor de menschwording volkomen afgedaan had. Maa»- dat kan dan niet zijn in den zin van een achteruitgang. Het moet door den geest trekken, want alleen in deze bovenste verdieping zou het kunnen volbracht worden. Als het dan vandaar naar het lichaam terugkeert, zal het alles geheel nieuw, geheel anders zijn. Wat is echter wellicht het begrip lichaam, wat zijn al deze tegenwoordige begrippen in eene toekomst, die geheel en al in den geest verder gegaan is, — leege omhulsels van het verledene, die door de ontwikkeling afgestroopt zijn, zooals deze den worm moest afstroopen, om tot den mensch te komen ....

Sluiten