Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om de afvallende schim : hij eet, groeit, ontwikkelt zich volkomen en wordt eindelijk geslachtsrijp, zooals vroeger zijne grootouders.

Over de eigenlijke zoölogische beteekenis van dit merkwaardige proces wil ik hier niet verder spreken, daar de meeningen daarover nog zeer verdeeld zijn. Maar met het oog op de „geschiedenis" der dierenwereld en het verband tusschen de afzonderlijke groepen van den stamboom, is deze wonderlijke historie voor den denkenden natuuronderzoeker uiterst leerzaam. Zij herinnert hem aan die groote grondwet der organische ontwikkeling, welke in tallooze gevallen aan de nageboren schepselen voorschrijft om, in het ei of als kiem of larve, nog eens snel de vormenreeks der voorouders te doorloopen. De mensch wordt in het lichaam der moeder nog eens een vischachtig wezen, met vinachtige ledematen en kieuwen aan den hals. De kikvorsch wordt als „dikkop" visch en salamander en zoo schijnt de jeugdige zeeëgel nog eens worm te moeten worden, als bewijs, dat zijne voorouders wormen waren. Zonder het verschijnsel reeds volledig te kunnen verklaren, is het in elk geval belangwekkend genoeg, ook, zooals wij het hier in zijn zuiver uiterlijke phasen beschouwd hebben, want het voert ons weer, als eene nieuwe vertakking, in den „doolhof" van het begrip : individu. Want moet niet deze gansche zeeëgelhistorie, tot het uiterste punt voortgezet, waar het jong zijne moeder of voedster of over-larve, of hoe gij het noemen wilt, niet meer slechts als een vreemd voorwerp opeet, maar haar rechtstreeks een orgaan ontneemt en zich daarin laat groeien : moet deze griezelige historie den philosoof niet opwekken tot het diepste nadenken over het begrip „individu" in 't algemeen ?

Sluiten