Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, ziet gij! Hier voert onze beschouwing, over zooveel lintwormen, leverbotjes, aalwormpjes en eindelijk over zeeëgels heen, van zelf tot datgene terug, wat ik over onsterfelijkheid gezegd heb.

Gij hebt nu gevallen genoeg gezien, waarin het ééne individu feitelijk schoon opgebruikt werd voor het bestaan van het volgende — tot op onzen zeeëgel, waar het ééne zijne maag moest missen, om het andere levensvatbaar te maken. Nu zult gij wel zeggen : wat gaat dat alles den mensch aan, voor wien toch al de onsterfelijkheidsideeën gebrouwen zijn. Maar vergeet niet, dat ook de mensch een dier is. Dat hij, als gewerveld dier, ten langen laatste ook uit zulke wormen voortgekomen is en dat het proces van die teeltwisseling waarschijnlijk toch ook een station op z ij n historischen levensweg geweest is, al is dat standpunt thans volkomen overwonnen en reeds sinds lang door hem verlaten.

Wanneer, zoo vraag ik u, zou dan in deze ontwikkeling het individu zoo gewichtig geworden zijn, dat het verdiende eene onsterfelijkheid te bezitten, tot voorbij den eenvoudigen overgang in zijne kinderen ? Uit de behandelde, tastbaar grove, voorbeelden zal u toch wel duidelijk geworden zijn, dat het gansche probleem van het individu oneindig ingewikkelder is, dan wij het ons gewoonlijk voorstellen en dat wij daar blijkbaar philosophisch met een begrip bezig zijn, dat natuurhistorisch uit een ganschen warwinkel van afzonderlijke vraagstukken bestaat. Gij hebt goed prediken : het individu moet onsterfelijk zijn. Maar als nu overal, hoe dieper gij in het dieren- en plantenrijk doordringt, dit individu zelf u tusschen de vingers wegglijdt! Wel te verstaan : niet wegglijdt in den dood, doch reeds in het leven.

Ouders, zich in kinderen verdeelend, kinderen, in ouders doorgroeiend, ouders en kinderen, zich vermengend tot in

het bezit van een orgaan, zooals van de maag

overal strooming, overal overgang van leven in leven — en uit deze gansche golvenzee rijst nu op zekeren dag de mensch zelf op, als een dier van zeer bepaalde soort nog

Sluiten