Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levenswijze en eene daarmede gepaard gaande degeneratie, de schelpdieren ontstaan zijn. Terwijl dus de fraaie huisjesslak het toppunt en het sieraad van het rijk der weekdieren voorstelt, eet gij in den vormloozen klomp van het oesterlichaam den versuften, eenigszins weggekwijnden, buitenman en plebejer van hetzelfde rijk.

En deze tegenstelling komt ook zeer aanschouwelijk uit in het liefdesleven van beiden : de slakken en de oesters.

Hoeveel poëzie er moge zetelen in de stille geneugten van het oesterkabinetje: van den oester zelf is met den besten wil geen belangwekkende liefdesgeschiedenis te vertellen.

De meeste schelpdieren zijn van tweeërlei geslacht, hebben echter geen bevruchtingsorganen en planten zich op hoogst primitieve wijze zoodanig voort, dat mannetje en wijfje dicht bij elkaar, ieder in zijn schelp zittend, de eieren en het zaad ontlasten. Het wijfje behoudt alleen de eieren nog los bij zich, door ze eenvoudig in haar ademhalingsorgaan, de zoogenaamde kieuwplaten, voorloopig als in eene fuik op te nemen. Het mannetje stoot het zaad naar buiten, zoodat het water vóór de geopende schelp van het wijfje tijdelijk geheel daarmede gevuld is. Het wijfje doet eene diepe ademhaling, — dat is: zij trekt een grooten slok water in hare kieuwen — en de zaak is gereed: eieren en zaad zijn bij elkaar.

Later zwermen de jongen dan uit de moederlijke ademhalingsruimte naar buiten. Zij zwermen. Want gij moet weten, dat het jonge, pas uitgekomen schelpdier wel reeds

Sluiten