Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op haar net zweeft. Als net dienen hier echter eenige der lange armen zelf, die zich met hunne zuignappen hier aan de glasruit, daar aan de steenen van den bassinmuur vasthechten en zoo de dikke lichamen vrij laten balanceeren. De rest van de armen omklemt elkaar daarentegen tot een onontwarbaar kluwen, als gold het hier het knevelen van een buit, die verslonden moet worden. De oogen fonkelen, de ronde buik, welks huid, evenals bij den kameleon, van kleur kan verwisselen, wordt donkerbruin en doet door zijne wendingen en bewegingen het water sterk golven. Meer dan een uur lang duurt deze verliefde bakkeleipartij. Zonder mededoogen wordt nu eens de tegenpartij tot berstens toe platgedrukt, dan weer deze of gene vastgezogen arm met zulk een geweld losgerukt, dat de huid in flarden er afvliegt.

En die onstuimigheid laat zich wel verklaren. Want de bevruchting der inktvisschen, in hare anatomische bijzonderheden beschouwd, maakt, zooals Ibsen zijn Bouwmeester Solness laat zeggen : het onmogelijke mogelijk.

De inwendige bevruchting der dieren geschiedt, zooals wij nu reeds meermalen, ook bij lagere dieren, gezien hebben, zoodanig, dat het mannelijke bevruchtingsorgaan in het lichaam van het wijfje gebracht wordt. Daardoor is het welslagen der bevruchting vrij zeker, maar zij heeft ook hare onmiskenbare schaduwzijden. Want hoe samengestelder het dierlijk organisme geworden is en hoe meer de dieren in vrije, groote bewegingsmachines overgegaan zijn, des te moeielijker wordt ook dat vereenigingsproces. Wat die beweeglijkheid betreft, hebben wij dan ook den inktvisch reeds hoog boven den oester geplaatst. En bij den hoogsten stam van het geheele dierenrijk, bij de gewervelde dieren, zijn er in 't geheel geene, voor goed vastgegroeide wezens meer. En daar nu bij de bevruchting nog overal zulk eene laatste vaste vereeniging moet plaats hebben, laat het zich dus verklaren, dat dit bij vele dieren met groote moeielijkheden gepaard gaat. Hiervan geldt hetzelfde, wat Helmholtz van het menschelijk oog gezegd heeft: terwijl men aan de ge-

Sluiten