Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan deze beenderen bevestigd. Volkomen hetzelfde is het geval bij de vleermuis, bij uw hond en uwe kat, bij den haan in uw hoenderpark, de hagedis aan uwen tuinmuur, den karper in uwen vischvijver. Al dezen zijn, evenals gij, gewervelde dieren, aldus genoemd naar het belangrijkste deel van dat inwendige geraamte of skelet: de wervelkolom.

Het insect echter heeft niet het geringste spoor van zulk een inwendig beenig geraamte. In plaats daarvan bezit het echter eene zeer stevige huid, waarin eene onverwoestbare hoornachtige stof, de c h i t i n e, is afgezet, die van de huid een hard pantser maakt, dat zelfs in het inwendige stelsel van buizen in het insectenlijf doordringt en aan het geheele lichaam ook dan eene groote vastheid verleent, al is dat chitinepantser ook voor het gevoel niet bepaald „hard. Eene mug, die voor ons een voorbeeld is van uiterste weekheid, is toch ook in zulk een pantser gestoken, dat voor hare kleine verhoudingen zeer stevig is. Aan die harde huid zijn de organen inwendig bevestigd en men noemt dit pantser dus een uitwendig geraamte, een huidskelet.

Verder: gij, als mensch, hebt een ruggemerg, dat achter uwen slokdarm onmiddellijk in de hersenen overgaat. Bij het insect ligt de overeenkomstige mergstreng aan de buikzijde : in plaats van een ruggemerg heeft men hier dus een buikmerg, waarboven de overige organen gelegen zijn, behalve eene enkele mergmassa in den kop, die men als eene soort van hersenen kan beschouwen en die met het buikmerg samenhangt door eene zenuwstreng, die den slokdarm als een ring omvat. Bij u, als gewerveld dier, ligt het hart aan de voorzijde van het ruggemerg in de borst, bij het insect daarentegen bestaat een regelrecht ruggehart. Voeg daarbij nu nog, dat gij vier ledematen bezit (geen enkel zoogdier, vogel of reptiel heeft er meer), het insect daarentegen steeds zes, — drie paren gewone pooten : en zoo bestaat er dus, alles te zamen genomen, tusschen u en het insect zeer zeker een kolossaal verschil, dat ook volkomen de gedachte uitsluit, alsof de mensch zich ooit onmid-

Sluiten