Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij, die door iemand in hypnotischen slaap gebracht werd. Tegenwoordig staat de brug daar, in haren bouw voltooid, prijkend in het volle licht. Maar daaronder bij den hoekpijler staat nog steeds de man, en hij stoot en stoot nog steeds de spade erin, doet eeuwig van nieuwsaf den eersten spadesteek. Zulk een man is de spin

De spin heeft zelfs nu nog niet goed begrepen, dat men het voorwerp zijner liefde, met welks leven men, in het belang van de onsterfelijkheid van het geslacht, moet samensmelten bij den ideaalsten liefdesmaaltijd, niet tegelijkertijd begeerig begluren mag, als een lekker vet hapje voor de profane alledaagsche maag.

„Spin, spin, o maagdelijn, morgen zal het bruiloft zijn." Voorwaar, een merkwaardig maagdelijn en eene bedenkelijke bruiloft!

Daar hebt gij de spin en haa> mannetje. Beiden van het geslacht der kruisspinnen. 1)

H ij behoort eerst in de tweede plaats genoemd te worden, want hij is vrij wat kleiner dan zij, ongeveer slechts twee derden van hare grootte. Het is een schoone Septemberavond. In den tuin strekken de rijpe zonnebloemen hare gouden armen naar het heldere herfstblauw uit. In het gras gloeien de asters, als rood met blauwe tweelingsterren. Boven de oude, vermolmde groene schutting het ernstige dennenwoud, welks kronen in een grijzen rook schijnen te smeulen, als een wegschemerend sprookje. En aan deze schutting drijven reeds maanden lang de spinnen haar spel: mannetje en wijfje. Maar ieder voor zich, ongenaakbaar, vijandig „als een spin." ook voor den buurman van haar eigen volk.

Elk dezer spinnen is op het toppunt van hare levensbaan. Zij heeft reeds een lang leven achter zich : een leven vol

22*

Sluiten