Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De snuit van de spin is op zich zelf de regelrechte voorste opening van het spijsverteringsorgaan, waardoor het voedsel in de maag komt, precies zooals bij u, — dus eene opening. Om deze opening heen zitten echter, voor het grijpen, vermeesteren en dooden van dat maagvoedsel, krachtige beweegbare kaken, — zooals gij voor dat doel eene beweegbare onderkaak en twee rijen sterke tanden bezit. Alleen zien de kaken van de spin er een weinig zonderling en van de uwe zeer verschillend uit, — en wel eenvoudig daardoor, dat zij nog op onmiskenbare wijze haren oorsprong uit pooten verraden.

Ja, uit pooten ! Boven- en onderkaak van eene spin zijn eigenlijk niets anders dan elk een paar kleine pootjes, die van voren aan den kop vlak bij de mondopening zitten, op dezelfde wijze als, meer naar achteren, de vier paren echte spinnepooten. Gij moet u dat op deze wijze voorstellen. De spin stamt, zooals alle hoogere gelede dieren, historisch af van zekere wormachtige schepselen, wier geheele lichaam, met den kop inbegrepen, in geringde „ingekorven" deelen verdeeld was — en aan elk dezer ringen zat een paar pooten. De duizendpoot van bladzijde 117 geeft u dezen trap nog zeer getrouw weer, hoewel hij, door zijne gelede pooten, reeds geen worm meer is, doch dicht bij de spinnen staat, ja wellicht haar voorvader is geweest. Bij de hoogere gelede dieren, zooals de spin, is dit lange, wormvormige lichaam nu, om zoo te zeggen, sterk ineengedrongen. Juist bij de spin zelf zijn niet eens meer kop en borst gescheiden, doch alles is bij haar hier tot één geheel samengegroeid, behalve het dikke achterlijf, dat van dit „kopborststuk" nog door eene oude wormkerf, eene „geleding", is gescheiden.

Maar de pooten bleven toch zelfs dan nog in groot aantal bestaan. Toen kop en borst samengesmolten waren, zaten daaraan toch nog zes paren pooten. Dat was, na het enge ineendringen van het lichaam, uit een langen worm tot eene korte dikke spin, nog meer dan genoeg voor

Sluiten